Je moet kleine signalen goed weten te interpreteren
Vorig jaar introduceerde Visio het in samenwerking met ouders en familie ontwikkelde leertraject ‘Open boek’ voor persoonlijk begeleiders van cliënten met Ernstige Verstandelijke en Visuele Beperkingen (EVVB). Dit om begeleiders beter toe te rusten op het werken met deze doelgroep. “Want om deze cliënten de beste zorg te geven, moet je kleine signalen goed weten te interpreteren,” vertellen Will en Moniek, die als senior begeleiders bij een EVVB-groep werken. “Er komt veel bij kijken om een band met de cliënten op te bouwen. Maar als je contact met hen kunt leggen en ze op je reageren, dan is dat het mooiste wat er is.”
“Mensen met Ernstige Verstandelijke en Visuele Beperkingen functioneren hebben een ernstige verstandelijke beperking, zijn blind of slechtziend en kunnen niet verbaal communiceren. Maar ook zij hebben natuurlijk behoeften en wensen. Deze kun je alleen door goed te observeren, herkennen,” vertelt Will. In het leertraject ‘Open boek’ coachen Will en haar collega Moniek medewerkers in het leren ‘lezen’ van de signalen van cliënten. Sinds dit jaar doorlopen alle, circa twintig begeleiders van de EVVB-groepen van Visio dit traject.
Signalen herkennen
Aan de hand van de filmpjes die in de woonunit van de cliënten zijn gemaakt, leren de begeleiders te observeren zonder direct invulling te geven aan wat ze zien. Will: “Bijvoorbeeld als een bewoner de mondhoeken omhoog trekt, denk je al snel: ze lacht, ze is blij. Maar de bewoner kan ook gespannen zijn.”
Het interpreteren van gedrag en gezichtsuitdrukkingen gebeurt dan ook samen met iedereen die bij de cliënt betrokken is: ouders, persoonlijk begeleider, gedragskundige en activiteitenbegeleider. Bekeken wordt welk gedrag de cliënt laat zien bij een positieve, neutrale of negatieve/ontregelde stemming. Moniek: “Hoe doet een bewoner bijvoorbeeld als hij zijn energie even kwijt moet, of als hij zich ergert aan de anderen? Als je dat herkent, kun je daar als begeleider beter op reageren, door diegene uit de situatie halen, bijvoorbeeld door even een rondje te wandelen of de cliënt naar de eigen kamer te brengen.” Het is de taak van de persoonlijk begeleiders om al hun bevindingen vast te leggen in een signaleringsplan, dat ze jaarlijks actualiseren.
“Zowel jij als je cliënt gaan erop vooruit”
In het leertraject trainen Will en Moniek medewerkers ook in het contact maken met de cliënt. Will: “Omdat de bewoners blind of slechtziend zijn, is het bijvoorbeeld belangrijk om aan te kondigen dat je eraan komt, te vertellen wat je gaat doen en een activiteit ook weer duidelijk af te sluiten. Dat geeft de cliënt duidelijkheid en rust.” Ook worden medewerkers bewust gemaakt van het feit dat medische problemen vaak de oorzaak zijn van bepaald gedrag. Moniek: “Cliënten kunnen dit namelijk niet uiten. Als een cliënt plotseling niet meer wil eten, kan dat bijvoorbeeld komen omdat ze last van haar maag heeft.”
In de opzet en uitvoering van het leertraject hebben Will en Moniek veel aan elkaar gehad. Will: “We hebben het leertraject eerst zelf doorlopen. Moniek en ik gaven elkaar dan feedback. Daar heb ik ontzettend veel van geleerd. Je moet jezelf kwetsbaar durven opstellen, dan stimuleer je dat de andere begeleiders dat ook doen. Je gaat er altijd op vooruit, zowel jij als je cliënt.”